Een goede garderobe begint met een paar simpele kleuren zoals zwart, wit, grijs, beige of donkerblauw. Met deze kleuren kun je makkelijk veel kledingstukken samen dragen. Deze kleuren kun je makkelijk samen dragen en vormen de basis van veel kleding. Je kunt denken aan een fijne jeans die goed zit, een simpel T-shirt, een blouse en een net jasje.
Door twee of drie accentkleuren toe te voegen ontstaat er meer variatie zonder dat het geheel onrustig wordt. Werken met laagjes en verschillende materialen geeft extra diepte aan een outfit. Wanneer het grootste deel van je kledingkast bestaat uit items die onderling goed samengaan, kun je met een beperkt aantal stukken meerdere combinaties maken.
Het helpt om bij nieuwe aankopen steeds te bedenken met hoeveel bestaande items je iets kunt combineren. Als ik een kledingstuk makkelijk met veel outfits kan dragen, pak ik het sneller uit de kast. Zo maak je rustig een kast waar alles goed bij elkaar past. Zo pak je bijna altijd het juiste kledingstuk.